Botwinnik 1 verliest sleutelduel en ziet titel uit handen glippen

10 april stond de laatste ronde van de KNSB-competitie op het programma: Botwinnik 1 mocht op bezoek bij LSG 3. Geen onbelangrijk potje, want met een overwinning hadden wij de beste tiebreaks om kampioen te worden. Het plan was dus simpel: winnen en vervolgens heel hard hopen dat SHTV 1 ergens een steekje liet vallen. Als DSC 2 dan ook nog niet met een monsterscore won, konden de champagneflessen voorzichtig worden ontkurkt.

Om 13:00 meldden wij ons op de speellocatie in Leiden, die nog een beetje de geur had van een combinatie van oude schaakboeken, koffie en licht historisch tapijt. Ons team was bovendien enigszins gehavend: twee invallers moesten het verschil maken. Gelukkig konden Arno Middelkoop en Sam van der Hoek aanschuiven, dus de strijd om het kampioenschap kon gewoon losbarsten.

De eerste die klaar was, was ikzelf. Op bord 1 mocht ik aantreden tegen de kopman van LSG 3, Jacob Brienen, tegen wie ik eerder dit jaar al remise speelde in het Daniel Noteboom Toernooi. We kregen een Catalaan op het bord waarin ik na acht zetten vrolijk twee pionnen had geofferd. Dat klinkt natuurlijk alsof ik een diep positioneel meesterwerk speelde, maar in werkelijkheid kwam het vooral neer op “ik heb ruimte en activiteit, hopelijk werkt het”. Jacob ontwikkelde echter keurig en kwam zelfs prima uit de opening. In het middenspel moest ik nog even nauwkeurig spelen, maar na wat geruil stond het na 26 zetten gewoon potremise. Een nette ½–½ en we waren van start.

Met zet 8. Td1! sta ik twee pionnen achter, ben ik compleet uit theorie, maar ziet het er wel leuk uit,

Met zet 8. Td1! sta ik twee pionnen achter, ben ik compleet uit theorie, maar ziet het er wel leuk uit,

Die start werd nog beter toen Yde ongeveer vijf seconden later ook de hand schudde. Alleen niet omdat hij remise had gemaakt, hij had gewoon gewonnen. Yde speelde super solide, kreeg een heerlijk veld op d6 waar zijn stukken permanent vakantie konden vieren en wist vervolgens met een listig trucje materiaal te winnen. Daarna was het technisch afmaken. 1½–½ voor Botwinnik en plots zaten we er goed bij.

Invaller Arno Middelkoop zorgde vervolgens voor het volgende resultaat. In een Scandinavisch ontstond een scherpe partij waarin hij het centrum verloor maar druk zette op de damevleugel. Mijn evaluatie van zijn stelling ging ongeveer als een achtbaan in Walibi:

zet 8: “dit is verloren”
zet 14 later: “dit ziet er eigenlijk best goed uit”
weer een paar zetten later: “nee wacht, toch verloren”

Uiteindelijk forceerde Arno eeuwig schaak en daarmee een keurige remise. 2–1 voor ons en de kampioenskriebels begonnen langzaam op te spelen.

Helaas moest Erik op bord 7 het eerste verliespunt noteren. In het Frans won hij vroeg een pion op d4 die hij ook nog netjes kon verdedigen zonder zijn ontwikkeling te slopen. Toen hij daarna ook nog met een tactisch trucje de pion op e5 won, telde ik het punt eigenlijk al. Maar zijn tegenstander besloot dat het tijd was voor een koningsaanval. Die aanval bleek helaas behoorlijk serieus en Erik wist hem niet goed te pareren. Wits stukken stroomden de stelling binnen en Erik moest uiteindelijk capituleren. 2–2 en ineens was het weer een wedstrijd.

De overige borden gaven gemengde gevoelens:

– Rogier op bord 2 stond twee pionnen achter met een open koning.
– Sam op bord 4 stond een pion voor maar had ook een koning die in de tocht stond.
– Arno op bord 5 had een chaotische maar veelbelovende aanval.
– Stefan op bord 6 stond ongeveer gelijk.

Kortom: het kon nog alle kanten op. We hoopten op een klassieke Zoundidi.

De Zoundidi had echter blijkbaar vakantie genomen. In de Leeuw had Rogier wel een fantastische opening, maar wit wist langzaam druk op te bouwen. Na een paar onnauwkeurigheden stond zijn tegenstander ineens niet twee, niet drie maar vier pionnen voor in een toreneindspel. Zelfs Rogier kon daar geen winst meer uit toveren. 2–3 achter.

Gelukkig bracht Arno op bord 5 de stand weer in evenwicht. In een Moderne / Pirc / KID-achtige stelling kon hij al vroeg de aanval openen op de zwarte koning. Het centrum werd dichtgeschoven en zwart probeerde nog iets op de damevleugel, maar diverse penningen maakten dat lastig. Langzaam maar zeker schoof Arno zijn aanval naar voren en kon hij een prima punt bijschrijven. 3–3.

Stefan mocht vervolgens proberen ons op voorsprong te zetten. Dat was nog mogelijk, ondanks het feit dat hij een kwaliteit achter stond (toren tegen paard + pion). Gelukkig stond Stefans koning extreem actief. Met die activiteit creëerde hij een vrijpion op de f-lijn en probeerde die met man en macht te promoveren. Helaas vond zijn tegenstander de juiste verdediging en bleef met zijn toren eeuwig schaak geven. 3½–3½. Alles hing dus af van Sam.

Een wonder van Sam was nodig, maar dat kwam helaas niet. Hij stond al in de opening onder druk en moest uiteindelijk een stuk geven om uit de problemen te komen. Met loper + vier pionnen tegen loper, paard en drie pionnen hield hij het nog lang spannend, maar zijn tegenstander speelde het solide uit. 3½–4½ verlies.

Met deze overwinning werd LSG 3 kampioen van de poule, waar wij ze uiteraard netjes mee feliciteerden. Onze nederlaag deed al pijn, maar het werd nog iets pijnlijker toen de andere uitslagen binnenkwamen. Het bleek namelijk dat als wij LSG 3 hadden verslagen… we daadwerkelijk kampioen waren geworden.

Met tranen in de ogen en verdriet in het hart, oké, dat valt ook wel weer mee, gingen we daarna gewoon lekker uit eten in Leiden. De consensus was duidelijk: als we naar de tweede klasse waren gepromoveerd, hadden we waarschijnlijk toch geen kampioenskansen gehad. Nu we in de derde klasse blijven, kunnen we volgend jaar gewoon opnieuw voor het kampioenschap gaan. En eerlijk is eerlijk: bij een nederlaag ligt de schuld natuurlijk altijd bij de teamcaptain. Ik had gewoon een betere opstelling moeten maken.

Dus bij deze: volgend jaar nieuwe ronde, nieuwe kansen. We sluiten het seizoen af met een derde plaats en opgeheven hoofd.

Seizoen 2026–2027 wordt ons jaar. Tot dan! ♟️