Schaakscholing

Tijdens de ledenvergadering van Botwinnik van 3 september 2009 is gespro-
ken over "schaakscholing". Dat is niet vreemd voor een verenging die naar de grote schaakleraar Botwinnik is genoemd. Vreemd is wel dat de meeste Botwinnik-leden weinig aan schaakstudie (lijken te) doen. De club stimuleert dat ook niet echt. Alle ontwikkelenergie is gericht op de jeugd. De ouderen kijken toe en ... blijven achter. Daar moet wat aan gebeuren!

Door middel van een aantal columns wil ik een bijdrage gaan leveren aan de schaakontwikkeling van de (senior-)leden van de vereniging. Ik zal proberen om dat op een lichtvoetige manier te doen en gericht op de specifieke situa-
tie van Botwinnik. Een vereniging met veel leden die weinig "aan theorie doen", maar die wel graag beter willen worden en natuurlijk veel willen win-
nen ...!

Belangrijke waarschuwing vooraf is om mijn opinies en adviezen niet al te serieus te nemen. Ik ben een kind van de jaren '60 en geloof vast in de waarden van openheid en dialoog. Zo kijk ik ook naar het schaken. 

Een standpunt over een stelling is altijd vatbaar voor kritiek, altijd een tij-
delijk standpunt. Mijn meest vormende schaakervaring is geweest de twee-
kamp Spasski - Fischer van 1972, hoewel ik zelf - 10 jaar oud - in die tijd nog niet actief schaakte. Maar het kan niet anders of bij mij is in die periode de kiem gelegd voor mijn latere passie. 

Ik heb een enorme bewondering gekregen voor de autodidact Bobby Fis-
cher. Voor mij was hij de allergrootste schaker ooit, iemand die het spel opnieuw heeft uitgevonden. Een leuk trekje van Fischer (hij had ook minder leuke trekjes ...) vind ik zijn vrije omgang met schaakbord en spelregels. 

Zijn "Fischerandom-chess" ("Chess 960") is een geweldige vondst. Ik moet altijd erg hard lachen om discussies over spelregels. Het boeit mij niet of het veldje rechtsonder licht of donker is en het maakt mij niet uit of de beide koningen op e1 en e8 staan of op d1 en d8. Het spel blijft precies hetzelfde. Probeer het maar eens; het is een heilzame oefening voor schaakpuristen.

Jan Willem Duijzer