Een enerverende (Valentijns) schaakavond !

Het is donderdag 14 februari 2019. Ik droom dat de speelzaal waar onze vereniging gewoonlijk 1x per week resideert, zich geleidelijk aan vult met 20 personen die geen van allen lijken op de ons alom bekende Botwinnikers. Het blijkt om de viering van ‘Valentijnsdag’ te gaan. Dat kan dus niets anders betekenen dan dat al deze onbekende bezoekers door hogerhand ons zijn toegezonden, opdat wij straks door hen liefdevol zullen worden omhelst, geknuffeld en met kadootjes, bloemen, kaarten en ander moois zullen worden overladen. Dat zij ons vervolgens naar de wedstrijdborden zullen begeleiden waar zij tijdens de partijen, met bier en wijn binnen handbereik, ons geen strobreed in de weg zullen leggen waardoor op het eind van de avond alle Botwinnikers, met de fraaiste overwinningen en opgekrikte elo’s op zak, goed geluimd weer huiswaarts kunnen keren…… einde droom ……
Echter, wakker geworden in de realiteit, kreeg ik die avond een geheel ander beeld te zien. De gedroomde leuke kadootjes bleken namelijk te zijn vervangen door scherp geslepen bijlen in de handen van 20 strijdlustige krijgers die met niet bepaald vredelievende bedoelingen de onzen wel eens even een kopje kleiner zouden maken.

Er speelden namelijk 3 teams een thuiswedstrijd: BW-3 tegen DSC-7 en BW-5 tegen DD-5. Plus dat er ook nog een bekerwedstrijd werd gespeeld tussen Botwinnik en Schaakmat Westland. Wedstrijdleider Arno nam zowel BW-3 als BW-5 voor zijn rekening en hij was het die om 19.50 het sein gaf om de klokken in werking te stellen. We speelden met 2 invallers. Eugene Sigal had zich afgemeld aangezien zijn partner voor deze avond andere plannen had vandaar dat 'good old’ Willem van Dalen zijn plaats innam op bord 1. Ook Erik kon helaas niet meedoen wegens problemen met zijn vierwieler. Voor hem had ik Frans Battes bereid gevonden om bord 8 te bemannen.

Rond 21.30 had Willem het eerste punt binnen. Hij kreeg tijdens de opening de agressief ogende pionnenwals d4,c4,e4,f4 voor de kiezen. Zwart had de verdediging echter goed op orde en kon in de overgang naar het middenspel de inmiddels wat tochtige koningsvleugel van zijn opponent onder vuur nemen waarna een misgreep op de 23e zet de witte opgave bezegelde. Voor de rest heb ik niets van de andere partijen kunnen volgen, behalve die van Otto, maar hierover later meer!

Mijn tegenstander op bord 3, was ruim 50 jaar jonger dan ik. Hij moest zich aan de bar legitimeren toen ik hem een drankje aanbood en hij om een biertje vroeg. Jonge spelers hebben nog wilde haren en dat was te merken. Hij ging direct in de aanval en ik moest alle zeilen bijzetten om niet ten onder te gaan. Steeds ontstonden er nieuwe dreigingen. Op de 17de zet beging hij echter een fout en kon ik een stuk incasseren. Daarna werd het natuurlijk makkelijker spelen. Otto met wit op bord 4 vroeg of hij remise mocht aanbieden. Na mijn 'deskundige’ blik op de stelling zag ik geen bezwaar. Zijn tegenstander die al vanaf het begin van de partij, met handgetrommel en voetgeroffel de concentratie van Otto behoorlijk had verstoord, had blijkbaar andere plannen want hij sloeg het aanbod af.

Otto ging vervolgens enigszins geirriteerd in de speelzaal aan de wandel. Een paar tellen later zag ik vanuit mn ooghoek dat de tegenstander van Otto een damezet voltooide om een schaak op te heffen, maar toen hij inzag dat dit een grote misser was, plaatste hij diezelfde dame weer bliksemsnel terug om die te vervangen door een pionzet. Een overduidelijk geval van overtreding van de reglementen.
Uiteraard protesteerde ik en riep de wedstrijdleider erbij. Die kwam in draf aangesneld, maar op het moment dat Arno de situatie probeerde te reconstrueren riep Otto (waarschijnlijk om van het hele gedoe maar af te zijn) uit het midden van de zaal REMISE!! Niet verwonderlijk dat dit aanbod door de DSC- speler nu wel werd geaccepteerd. De wedstrijdleider kon nu weliswaar opgelucht ademhalen maar zelf was ik er helemaal niet blij mee. Ofschoon ik me best wel de ergernis bij Otto kon voorstellen, had hij hier toch het volle punt voor BW-3 moeten blijven claimen.Want tenslotte gaat het teamresultaat onder alle omstandigheden vóór alles. Je weet immers maar nooit, in hoeverre het (in dit geval) nodeloos inleveren van een ½ punt invloed heeft op de uiteindelijke uitslag.

Op de andere borden ging de strijd door. Bob speelde remise, ik won, Han pakte de volle winst en Marc stond in een ingewikkelde stelling remiseachtig. Na overleg werd daar ook toe besloten. Piet kwam steeds verder in de verdrukking en verloor. Frans Battes sleepte er een zwaarbevochte remise uit. Goed gespeeld Frans! Eindstand 5-3.
Op dat moment had het er alle schijn van dat BW-5 tegen DD-5 voor een enorme stunt ging zorgen. De stand was daar 3 ½ -3 ½ en Rob Splint stond straal gewonnen. Dit zou ook geweldig zijn voor BW-3 want DD-5 stond 1 matchpunt op ons voor. Rob had een loper en 5 pionnen tegen wit, die ook nog eens in zetdwang was, slechts 5 pionnen.
Er moest alleen nog even een vijandelijke pion die dreigde te promoveren, onschadelijk worden gemaakt. Dit had heel eenvoudig door de loper kunnen worden opgelost. Maar, voor het oog van de vele toeschouwers, blunderde Rob afgrijselijk waardoor die opgerukte pion alsnog kon promoveren. De partij was direct uit. Jammer voor BW-5 die zo hun eerste overwinning de mist in zagen gaan. Ook voor BW-3, dat nu op 12 maart uit tegen DD-5 wel moet winnen om nog kans op het kampioenschap te behouden.

Arie Franke
teamleider BW-3