KNSB Competitie: Botwinnik 1 verliest kansloos van DSC 2

Op 28 maart stond voor Botwinnik 1 de inhaalwedstrijd tegen DSC 2 op het programma. De oorspronkelijke speeldatum was, zoals iedereen zich nog levendig herinnert, weggeblazen door een Hollandse storm van Bijbelse proporties. Ditmaal was het weer een stuk rustiger buiten, maar de vraag was natuurlijk: zou Botwinnik zelf voor de storm kunnen zorgen, of was het motregen dat DSC prima kon doorstaan?

Rond de klok van 13:00 druppelden de Botwinnikers binnen in het knusse, ietwat pitoreske speellokaal van DSC in Delft. Acht teams in één zaal, een soort schaak-Walhalla waar je op elke vierkante meter wel een penningstelling of een blunder kon spotten. De klokken werden ingedrukt, stukken gingen vooruit en zoals altijd begon het optimisme meteen te groeien. Want laten we eerlijk zijn: vóór de eerste zet staan we altijd gewonnen.

De eerste uitslag kwam van bord 8, waar Julian met wit een Italiaanse opening op het bord kreeg. Veel stukken verdwenen sneller van het bord dan de zon in een Nederlandse winter, en echt vuurwerk zat er niet in. Op een gegeven moment leek er misschien een klein plusje in te zitten, maar Julian had een ander probleem: zijn klok. Met nog zo’n 30 seconden en een achterstand van bijna een uur besloot hij dat remise eigenlijk een heel mooi resultaat was. En eerlijk is eerlijk, dat was het ook: ½-½.

Niet veel later was ikzelf (Wouter) klaar op bord 5. In een Pirc-achtige structuur kreeg ik een prettig centrum en leek er weinig aan de hand. Tot mijn tegenstander besloot dat “weinig aan de hand” saai was en een stuk offerde op mijn koningstelling. Plotseling zat ik niet meer achter het bord, maar midden in een soort actiefilm. Gelukkig koos mijn tegenstander niet de meest venijnige voortzetting en kon ik alles net bij elkaar houden. Toen ik vervolgens een remiseaanbod kreeg in een stelling die objectief waarschijnlijk nog steeds spannend was, dacht ik: “Weet je wat? Ik leef nog, het is 1-1, we gaan door.”

20. Df2! Was de enige zet om het voordeel te behouden. Een paar zetten later was het remise.

20. Df2! Was de enige zet om het voordeel te behouden. Een paar zetten later was het remise.

Op bord 3 speelde Max zijn geliefde Bird-opening. Zijn tegenstander had blijkbaar thuis gekeken hoe je daar zo snel mogelijk chaos tegen creëert en begon al vroeg met een opmars van de h-pion. Max verdedigde zich knap en kreeg zelfs een stelling die ergens rond de +3 hing (althans, dat vertelde de computer achteraf ons, grootmeesters in analyse als we zijn). Helaas werd het juiste plan gemist en kantelde de partij volledig. Toen er ook nog een pion verloren ging en de aanval op gang kwam, was het snel gebeurd: 1-2.

Alsof dat nog niet genoeg was, gingen kort daarna ook de partijen op bord 1 en 2 verloren. Invaller Sam speelde een ambitieuze London en kreeg een prettig overwicht in het centrum. Zijn tegenstander verdedigde echter koelbloedig en besloot vervolgens zelf de aanval te openen. Wat volgde was een waar spektakel: penningen, matdreigingen, tijdnood en een groeiende groep toeschouwers die zich vergaapte aan het bord. Uiteindelijk trok Sams tegenstander aan het langste eind.

Antal had ondertussen een wat moeizamere partij. Na een kwaliteitsoffer (of was het een kwaliteit verliezen, dat blijft soms interpretatie) kwam hij in een eindspel terecht waarin zijn vrijpion helaas minder indrukwekkend bleek dan gehoopt. Ook daar ging het punt naar DSC: 1-4.

Met een 1-4 achterstand kwam de hoop logischerwijs op de onderste borden te liggen. Erik op bord 7 had een prima opening tegen het Siciliaans en leek zelfs licht beter te staan. Maar zoals dat vaker gaat: hoe meer stukken eraf gingen, hoe fijner zijn tegenstander zich begon te voelen. Het eindspel dat ontstond was er één van “mijn stukken werken samen” tegen “jouw stukken staan elkaar in de weg”. Toen er ook nog twee pionnen achterstand op het bord kwamen, was het gedaan: 1-5.

Op bord 4 wist Rogier de eer te redden. En hoe.
Ik ga hier niet te veel woorden aan vuil maken (al doe ik dat natuurlijk wel), maar laten we zeggen dat de evaluatie ergens rond de -17 bungelde. Voor de niet-ingewijden: dat betekent dat je tegenstander normaal gesproken al had kunnen beginnen met het invullen van het uitslagenformulier. Maar dit is Rogier. Dit is Zoudini.
Met een tactisch trucje dat waarschijnlijk alleen werkt op dinsdagavond in een parallel universum, draaide hij de partij volledig om naar +5 en won hij doodleuk. Het is indrukwekkend, het is onbegrijpelijk en het is vooral heel slecht voor de hartslag van zijn teamgenoten. Stand: 2-5.

Als laatste was Arno nog bezig op bord 6. In het begin kabbelde de partij rustig voort, maar in het middenspel werd het ineens scherp. Beide spelers hadden een dame en een paard, en beide koningen stonden ongeveer net zo veilig als een fiets zonder slot in hartje Rotterdam.
Het verschil zat uiteindelijk in een vrijpion in het centrum. Die pion bleek vervelender dan gedacht en groeide langzaam uit tot een beslissende factor. Arno kon hem niet meer stoppen en moest uiteindelijk capituleren. Eindstand: 2-6.

Een terechte overwinning voor DSC 2, daar kunnen we kort over zijn. Voor Botwinnik 1 was het een middag waarop veel nét niet lukte, en een paar keer gewoon niet. Na afloop werd de dag traditiegetrouw afgesloten met eten en drinken, en natuurlijk het checken van de concurrentie. En daar bleek dat de andere teams in de top het blijkbaar ook een goed idee vonden om punten te morsen. De stand blijft daardoor verrassend gunstig. De huidige stand:

Het scenario is simpel, zoals alleen schaakscenario’s simpel kunnen zijn:

* Laatste ronde winnen (liefst ruim)
* Concurrenten die struikelen
* En dan… kampioen worden

Met andere woorden: Botwinnik 1 ( jullie lezen het goed SHTV 😉 ) ligt nog steeds op kampioenskoers. Of zoals we het zelf liever zeggen: de storm is misschien even gaan liggen, maar hij kan elk moment weer opsteken. 11 April mogen we het doen tegen LSG 3 die bovenaanstaat, we hebben er zin in!